Waarom grenzen stellen niet lukt, ook al weet je wat je wilt zeggen

Grenzen stellen

Waarom grenzen stellen niet lukt, ook al weet je precies wat je wilt zeggen

Je zit in het gesprek. Je voelt allang dat dit je te veel wordt. En toch hoor je jezelf weer “ja, geen probleem” zeggen. Herkenbaar? Dan mankeert er niks aan je kennis. Het probleem zit ergens anders.

De meeste mensen die moeite hebben met grenzen stellen, weten donders goed wat ze zouden willen zeggen. Vraag het ze achteraf, in de auto naar huis of ’s avonds op de bank, en ze kunnen precies vertellen wat er had moeten gebeuren. “Ik had gewoon nee moeten zeggen.” “Ik had moeten zeggen dat het me niet uitkwam.” De zin is er. Het probleem is dat hij er op het moment zelf niet uit kwam.

Het is geen kennisprobleem

Er bestaan genoeg cursussen en boeken die je leren wat je moet zeggen als je een grens wilt aangeven. Een duidelijke ik-boodschap, een vaste formule, een paar zinnen om op terug te vallen. Dat is allemaal niet fout, maar het lost meestal niet het echte probleem op. Want de kennis was er vaak al. Het punt waarop het misgaat, ligt niet bij wat je weet. Het ligt bij het moment zelf: het moment waarop er spanning ontstaat.

Wat er in je lijf gebeurt op het moment zelf

Zodra een gesprek spannend wordt, gaat je lichaam voor je denken. Je schouders trekken op. Je adem wordt hoger en sneller. Je maag knijpt samen. Bij sommige mensen wordt de stem zachter, bij anderen juist harder. Dat gebeurt allemaal voordat je er bewust iets van merkt, en het stuurt je gedrag al voor je een keuze hebt kunnen maken. De grens die je voelde, verdwijnt niet. Hij wordt alleen overstemd door een oudere, snellere reactie: aanpassen, toegeven, of het gesprek zo snel mogelijk afsluiten.

Alex Pires

Waarom je toch toegeeft

Onder die automatische reactie zit meestal een angst die niet over het onderwerp van het gesprek gaat, maar over de relatie. Wat als de ander boos wordt? Wat als ik teleurstel? Wat als dit ten koste gaat van hoe die persoon over me denkt? Die vragen gaan razendsnel door je hoofd, sneller dan je ze bewust kunt beantwoorden, en het resultaat is dat je toegeeft voordat je het doorhebt. Achteraf voelt dat alsof je een keuze hebt gemaakt. Op het moment zelf was het geen keuze. Het was een reflex.

Wat wel helpt: het moment leren herkennen

De sleutel zit niet in betere zinnen, maar in het eerder herkennen van dat lichamelijke signaal, precies op het moment dat het ontstaat. Als je leert merken dat je schouders optrekken of je adem verandert, ontstaat er een klein beetje ruimte. Genoeg om niet meteen te reageren. EĆ©n oefening om mee te beginnen: leer één zin uit je hoofd die je gebruikt zodra je merkt dat je twijfelt. Bijvoorbeeld: “Ik denk er even over na en kom er zo op terug.” Je hoeft in dat moment nog geen grens te stellen. Je hoeft alleen de automatische “ja” even uit te stellen. Dat is al genoeg om bij jezelf te blijven in plaats van meteen toe te geven.

Wil je dit echt gaan oefenen, niet alleen erover lezen? In het programma “Terug bij jezelf” werk je tien dagen aan precies dit: je grens leren herkennen, de pauze leren nemen, en het echt toepassen in je eigen leven.

Bekijk het programma